© 2018 by Ieneke van der Kooy. 

Geschiedenis Zandstraatbuurt

Doordat nauwelijks iets tastbaars van de middeleeuwse stad de oorlog overleefd heeft, is dit onderzoek  een zoektocht naar een “Lost City”. Waarbij de verhalen van bewoners die de stad nog in haar vooroorlogse luister gekend hebben een belangrijke bron van informatie en inspiratie vormen.

Rotterdam krijgt in 1340 stadsrechten. De stadsgrenzen lopen van Coolvest via de Goudse singel naar de Nieuwe Maas, de zogeheten‘Stadsdriehoek’. De Zandstraatbuurt wordt rond 1600 gebouwd en ligt binnen deze stadsdriehoek tussen Coolvest en Delftse Vaart.                           

De Zandstraatbuurt dankt zijn naam aan de rode zandplaat waarop de wijk gebouwd wordt, maar in de volksmond heet het gebied De Polder, omdat het lager ligt dan de omringende straten. 

Tot 1825 wordt er alleen binnen de stadsgrenzen gebouwd. Vooral in de 19de eeuw neemt het aantal bewoners in het Zandstraatkwartier flink toe. Tuinen worden bebouwd en huizen worden opgedeeld in één- en tweekamerwoningen zodat er meerdere gezinnen kunnen wonen. De woonomstandigheden zijn erbarmelijk met 1 privaat voor 6 tot 8 voor - en achterwoningen. Gezinnen met 5 of 6 kinderen leven in een eenkamerwoning van 12 m2. De kinderen slapen op lappen en lorren op de grond. In 1910 leven op een oppervlak van twee hectare (vier voetbalvelden) 2400 mensen bij elkaar. Verder staan er 150 pakhuizen, werkplaatsen, stallen winkels en magazijnen. Er is in de Polder geen boom of grasperk meer te vinden.

De bewoners zijn overwegend arme mensen. Ze komen aan de kost als sjouwer of drijven een klein handeltje, maar De Polder wordt ook een plek van losse werklui, pooiers, hoeren en dronkaards. In de vervallen huizen is altijd wel een adres te vinden om vandaar uit je geluk in de grote stad te zoeken. De Zandstraatbuurt is met zijn smalle stegen en straatjes een geliefde uitgaansbuurt. De zeelieden, die in Rotterdam hun gage krijgen, bezoeken massaal de cafés en de danslokalen. Daar klinkt de muziek van de grote draaiorgels, de meisjes van plezier lokken de klanten naar binnen.            

De Polder is het stadsbestuur een doorn in het oog. In navolging van andere grote steden in Europa moet Rotterdam een moderne metropool worden, een wereldhaven waardig. De smalle straten en stegen in de binnenstad zijn ontoegankelijk voor het moderne vervoer, de vele vaarten en grachten bederven de stadslucht. De nieuwe eeuw vereist een nieuwe aanpak. Grotere havens worden gegraven, ver van het centrum verwijderd aan de zuidelijke Maasoever.

De binnenstad gaat op de schop en de brede doorbraak voor het verkeer loopt dwars door de Zandstraatbuurt. Het water van de Coolsingel wordt gedempt en van noord naar zuid komt ruimte voor een brede boulevard. Aan de oostzijde hiervan verschijn een nieuw gemeentehuis, een monumentaal  postkantoor en een nieuw beursgebouw. Om al deze plannen te verwezenlijken moet een groot gedeelte (het meest beruchte stuk) van de Zandstraatbuurt worden afgebroken.

Op 31 december 1911 om middernacht worden de straten tussen Coolvest en Zandstraat leeg geveegd en op 1 januari 1912 is het een in alle haast verlaten buurt geworden. De sloopwerkzaamheden starten in januari 1912. In 1926 volgt de doorbraak voor de aanleg van de Meent en er worden her en der woningblokken gesloopt die te bouwvallig zijn geworden. De Zandstraatbuurt raakt steeds meer van zijn oude karakter kwijt. Het bombardement en de daarop volgende brand in mei 1940 verwoesten de rest van de Zandstraatbuurt, inclusief de om zijn barokke interieur beroemde R.K. Rosaliakerk en de Remonstrantse kerk.

Het stadhuis, het postkantoor en de Beurs worden slechts licht beschadigd door het bombardement.

Het Minervahuis, het enige pand aan het nieuwgebouwde Weena met een betonskelet, is zwaar gehavend, maar blijft overeind. Nog in de oorlog wordt Minervahuis I hersteld en Minervahuis II gebouwd.

Na de oorlog wordt gestart met de wederopbouw van de stad volgens het plan van Cornelis van Traa. Als eerste worden in 1949 en 1950 de Minervahuizen III en IV opgeleverd, gevolgd door het pand van Vroom en Dreesman in 1950 en als laatste in 1953 het Stadstimmerhuis, waar in de jaren 70 een groot stuk aangebouwd wordt.

 

‚Äč